Internationale Vrouwendag 2026 was afgelopen zondag (8 maart). Een mooie dag waarop onze moeders, partners, zusters, collega’s of misschien jijzelf even extra in de spotlight staan. Precies daarom staan wij stil bij een aantal interessante cijfers die onlangs zijn gepubliceerd. Uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat vrouwen hun gezondheid vaker als minder goed ervaren dan mannen en ook vaker naar de huisarts gaan. Tegelijkertijd laat een analyse van de Sociaal-Economische Raad (SER) zien dat de genderbalans in de top van organisaties nog altijd scheef is.
Hoewel de cijfers zich in eerste instantie op vrouwen richten, reikt de impact verder dan dat. Ze raken vrijwel elk domein waarin de sector van data en insights actief is, vooral in de manier waarop data wordt geïnterpreteerd en in de vragen die onderzoekers en analisten uiteindelijk stellen.
▼
Vrouwen rapporteren vaker gezondheidsklachten
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat vrouwen hun gezondheid gemiddeld vaker als minder goed beoordelen dan mannen. In 2025 gaf 26 procent van de vrouwen aan dat hun gezondheid niet goed is, tegenover 21 procent van de mannen.
Daarnaast komen bepaalde klachten bij vrouwen duidelijk vaker voor. Zo komt onvrijwillig urineverlies ongeveer vier keer zo vaak voor, terwijl aandoeningen zoals migraine, darmstoornissen en gewrichtsproblemen ongeveer twee keer zo vaak worden gemeld. Ook voelt ongeveer één op de drie vrouwen zich door gezondheidsklachten beperkt in het dagelijks leven.
Op het gebied van mentale gezondheid zijn de verschillen eveneens zichtbaar. Zo geeft 47 procent van de vrouwen aan te kampen met angst of depressieve gevoelens, tegenover 36 procent van de mannen.
Het is daarom niet verrassend dat vrouwen ook vaker een beroep doen op zorg. Ze bezoeken gemiddeld vaker de huisarts of andere zorgverleners dan mannen. Dat betekent overigens niet automatisch dat vrouwen daadwerkelijk ongezonder zijn. Een deel van het verschil kan ook worden verklaard doordat vrouwen eerder hulp zoeken en gezondheidsklachten sneller melden.
Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat gezondheid niet voor iedereen op dezelfde manier wordt ervaren of gemeten. En juist dat maakt het voor onderzoekers een complex onderwerp.
Gezondheid is ook een kwestie van perspectief
Wanneer gezondheidsdata wordt verzameld en geïnterpreteerd, speelt perspectief een belangrijke rol. Welke vragen worden gesteld, hoe symptomen worden geïnterpreteerd en welke variabelen worden meegenomen in analyses, bepalen uiteindelijk hoe een probleem wordt gezien.
Als bepaalde groepen minder vertegenwoordigd zijn in besluitvorming, kan dat ook invloed hebben op de manier waarop onderzoek wordt ingericht. Daar komt een tweede ontwikkeling om de hoek kijken.
Genderbalans in de top blijft scheef
Volgens de Sociaal-Economische Raad blijven bedrijven zich inzetten voor een betere genderbalans in de top, maar de verschillen zijn nog altijd groot. Uit de rapportages over 2024 blijkt wel dat steeds meer organisaties stappen zetten richting een evenwichtiger samenstelling van hun bestuur.
Zo steeg het aandeel vrouwen in raden van bestuur met 2 procentpunt, van 15,3 procent naar 17,3 procent. In raden van commissarissen ligt het aandeel vrouwen hoger, maar daar bleef het percentage met gemiddeld 26,1 procent gelijk ten opzichte van 2022 en 2023.
Het rapport laat zien dat er bij bedrijven wel degelijk een beweging op gang is gekomen. Organisaties zijn transparanter geworden over de man-vrouwverhoudingen binnen hun top, publiceren vaker streefcijfers en maken plannen van aanpak om de balans te verbeteren.
Toch maken de cijfers ook duidelijk dat er nog veel ruimte is voor verbetering. In veel sectoren bestaat de top van organisaties nog grotendeels uit mannen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor beleid of strategie, maar kan ook doorwerken in hoe organisaties naar data kijken. Beslissingen over onderzoek, investeringen en prioriteiten worden immers vaak op dat niveau genomen.
Waarom dit ook data & insights raakt
Voor onderzoekers en analisten laat dit zien hoe belangrijk context is bij het interpreteren van data. Wanneer perspectieven beperkt zijn, bestaat het risico dat bepaalde vragen minder snel worden gesteld of dat patronen minder snel worden herkend.
Gezondheidsdata is daar een duidelijk voorbeeld van. Verschillen tussen mannen en vrouwen kunnen verschillende oorzaken hebben: biologisch, sociaal of gedragsmatig. Zonder een breed perspectief bestaat het risico dat die nuances minder zichtbaar worden. Dat geldt niet alleen voor gezondheidsonderzoek, maar ook voor veel andere domeinen waarin data wordt gebruikt om beleid, strategie of investeringen te bepalen.
De cijfers van het CBS laten zien dat verschillen tussen mannen en vrouwen in gezondheid nog altijd bestaan, terwijl de analyse van de SER duidelijk maakt dat de vertegenwoordiging van vrouwen in besluitvorming nog lang niet in balans is.
Daar zit een belangrijke les in. Data lijkt op het eerste gezicht objectief, maar de manier waarop data wordt verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd wordt altijd beïnvloed door perspectief. Juist daarom wordt het steeds belangrijker dat verschillende perspectieven worden meegenomen in onderzoek en analyse.

