Onderzoek UvA: hoe reiskostenvergoedingen reisgedrag sturen

Door Alexandro Felipa | 04-07-2026

Wie een autogerichte reiskostenvergoeding ontvangt, kiest volgens nieuw onderzoek ook buiten werktijd vaker voor de auto. Dat geldt voor ritten naar de supermarkt, het wegbrengen van kinderen of vrijetijdsactiviteiten, terwijl de vergoeding alleen bedoeld is voor woon-werkverkeer.

Autoregeling versus mobiliteitsbudget

Er zijn grofweg twee typen reiskostenregelingen met een tegengestelde uitwerking: autoafhankelijke vergoedingen zoals een leaseauto, kilometervergoeding of parkeergeld en niet-gebruikafhankelijke vergoedingen zoals een vast mobiliteitsbudget, een OV-abonnement of een fietsregeling. De eerste categorie vergroot de kans dat iemand voor de auto kiest, ook buiten werktijd. De tweede categorie heeft juist het tegenovergestelde effect en verkleint de kans op autogebruik, met een sterkere overstap naar het OV, de fiets of lopen.

Daarbij is ook een verschil tussen inkomensgroepen zichtbaar. Mensen met een lager inkomen die een autogerichte vergoeding ontvangen, grijpen vaker naar de auto. Hoger opgeleiden stappen juist het sterkst over op het openbaar vervoer wanneer zij een niet-gebruikafhankelijke vergoeding krijgen. Reiskostenregelingen kunnen zo onbedoeld bijdragen aan een groter verschil in vervoersafhankelijkheid tussen groepen.

Reiskostenregelingen beïnvloeden reisgedrag veel sterker dan vaak wordt aangenomen, stelt Aslan Zorlu, sociaalgeograaf en econometrist aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en hoofdonderzoeker van deze studie. Ze versterken bestaand reisgedrag en kunnen duurzaam mobiliteitsbeleid ondermijnen, vooral wanneer ze aan autogebruik gekoppeld zijn. Het effect is het sterkst in verstedelijkte gebieden met een goed OV-netwerk. Voor werkgevers en beleidsmakers die autokilometers willen terugdringen, bieden ruimere OV-abonnementen en fietsregelingen een concreet alternatief voor leaseauto’s en brandstofvergoedingen. Reiskostenbeleid raakt daarmee niet alleen het woon-werkverkeer, maar het volledige reisgedrag van een huishouden.

Het onderzoek

Deze conclusie is gebaseerd op een analyse van ruim 200.000 reizen uit het nationale mobiliteitsonderzoek van het CBS (2022 tot 2023), uitgevoerd door Aslan Zorlu van de UvA samen met Mirjam Schindler van de Victoria University of Wellington in Nieuw-Zeeland. Volgens de onderzoekers laten de resultaten zien dat woon-werkvergoedingen niet alleen het woon-werkverkeer beïnvloeden, maar ook reisgedrag buiten werktijd. Zij stellen daarom dat zulke regelingen nadrukkelijker onderdeel zouden moeten zijn van duurzaam mobiliteitsbeleid.

Auteur: Alexandro Felipa, Redacteur en contentcoördinator

Deze artikelen vind je vast ook interessant

Ook de laatste bytes ontvangen?