Eenzame jongeren grijpen vaker naar AI

Door Alexandro Felipa | 25-04-2026

Jongeren die zich eenzaam voelen of zich een last vinden voor anderen, grijpen vaker en intensiever naar AI. Dat is de kern van een nieuw onderzoek van The Rithm Project, uitgevoerd onder 2.383 Amerikaanse jongeren tussen 13 en 24 jaar. De bevindingen laten zien dat AI-gebruik niet alleen wordt bepaald door toegang of interesse, maar diepgaand wordt gekleurd door de kwaliteit van iemands sociale leven.

Vier groepen, negen gezichten

De onderzoekers onderscheidden vier clusters. 28 procent van de jongeren gebruikt AI nauwelijks of niet, 39 procent gebruikt het functioneel voor taken en informatie, 18 procent zoekt er emotionele steun bij en 15 procent onderhoudt actieve relaties met AI-personages. Binnen elk cluster tekenden zich twee tot drie afzonderlijke profielen af, gebaseerd op motivaties en sociale omstandigheden.

De grootste groep, cluster 2, heeft de sterkste sociale netwerken en de beste mentale gezondheid van het onderzoek. Zij gebruiken AI veelvuldig maar doelgericht: als productiviteitstool, niet als gesprekspartner. 75 procent van hen wendt zich nooit tot AI als ze ergens mee zitten.

Weinig vrienden is niet het probleem

Een van de belangrijkste inzichten uit het rapport is dat het niet gaat om hoeveel vrienden iemand heeft, maar om hoe veilig die relaties aanvoelen. Jongeren met een vol sociaal leven kunnen toch kwetsbaar zijn voor problematisch AI-gebruik, als ze zich niet echt kunnen uiten in die relaties. Wie zich een last voelt voor anderen of niemand heeft om op terug te vallen, grijpt sneller naar AI als eerste uitweg.

Veilige relaties werken ook de andere kant op. Jongeren die zich gezien voelen en zichzelf kunnen zijn, lopen aanzienlijk minder risico op wat het onderzoek “high-risk AI use” noemt: AI-afhankelijkheid, emotionele hechting aan AI en het vervangen van mensen door AI.

Inkomen bepaalt mee

Jongeren uit lagere inkomensgroepen bevinden zich in een paradox. Ze zijn bijna drie keer zo vaak in de categorie niet-gebruikers te vinden, maar rapporteren tegelijk de slechtste sociale uitkomsten van het onderzoek. Ze zijn vaker eenzaam, hebben vaker het gevoel een last te zijn en geven aan minder verbondenheid op school te voelen. Jongeren uit hogere inkomensgroepen gebruiken AI juist het meest als praktisch instrument, van studieplanning tot financieel overzicht. Het onderzoek concludeert dat AI bestaande ongelijkheid eerder versterkt dan verkleint.

Alleen navigeren

Een andere bevinding die opvalt: de meeste jongeren doen het zonder enige begeleiding van volwassenen. Ouders en leraren praten nauwelijks over AI-gebruik, laat staan dat ze richting geven aan hoe jongeren ermee omgaan. Dat terwijl 15 procent van de ondervraagden actief met AI-personages omgaat en een deel aangeeft dat te verbergen voor mensen in hun omgeving.

Wat dit betekent voor onderzoek en marketing

Voor wie met data over jonge doelgroepen werkt, biedt dit onderzoek een nuttige correctie. AI-gebruik bij jongeren ziet er van buiten eenvoudiger uit dan het is. Adoptiecijfers en gebruiksfrequentie vertellen maar een deel van het verhaal. Sociale context, inkomen, geslacht en de kwaliteit van iemands relaties bepalen mee hoe en waarom jongeren AI inzetten. Gedrag alleen is niet genoeg om te begrijpen wat er speelt.

Auteur: Alexandro Felipa, Redacteur en contentcoördinator

Deze artikelen vind je vast ook interessant

Ook de laatste bytes ontvangen?