Richard Vielvoije, directeur van Rijksorganisatie ODI, merkt dat de Nederlandse Digitaliseringsstrategie voor veel mensen nog onbekend terrein is. De plannen zijn omvangrijk en raken vrijwel elk onderdeel van de overheid, maar de samenhang is niet altijd meteen duidelijk.
▼
De poster die ODI liet ontwikkelen brengt daar verandering in. In één oogopslag wordt zichtbaar dat samenwerking de rode draad vormt, dat de strategie is opgebouwd rond zes samenhangende thema’s en dat elk thema een eigen richting heeft. Ook laat de poster zien hoe de overheid toewerkt naar meer gezamenlijke digitale autonomie, hoe cloud, data en AI nadrukkelijk samen worden opgepakt en dat open taalmodellen zoals GPT-NL een rol krijgen bij verschillende prioritaire toepassingen. De poster fungeert daarmee als een kompas voor de digitale koers van de overheid. In dit artikel lichten we de belangrijkste punten toe en zetten we ze overzichtelijk voor je op een rij.
Samen werken als één overheid
Rijk, provincies, gemeenten en uitvoeringsorganisaties trekken voortaan meer samen op. Ze willen sneller beslissen en minder langs elkaar heen werken. Dat geldt vooral voor digitale dienstverlening, gegevensgebruik en IT. Door afspraken samen te brengen ontstaat er meer rust en duidelijkheid voor iedereen die er dagelijks mee werkt.
Meer grip op cloud en data
De overheid onderzoekt de mogelijkheid van een gezamenlijke clouddienst. Zo blijft de overheid beter in controle over gegevens en diensten die van groot belang zijn. Tegelijk werkt men aan een gezamenlijke plek waar cloudoplossingen worden aangeboden die passen bij publieke eisen. Europese ervaringen en bestaande initiatieven vormen hierbij het uitgangspunt.
De overheid wil dat data een vast onderdeel wordt van hoe beleid en uitvoering tot stand komen. Niet als zijwieltje, maar als standaard voor keuzes. Daarom komen er gezamenlijke afspraken over gegevensdeling en standaarden. Ook wordt duidelijker vastgelegd wie binnen organisaties verantwoordelijk is voor data en hoe ver dat gebruik is ontwikkeld.
AI groeit uit tot gezamenlijk instrument
AI laat zich natuurlijk niet wegdenken en krijgt ook binnen de overheid een steeds grotere rol. Organisaties delen toepassingen, werken met gezamenlijke normen en bouwen voort op open taalmodellen zoals GPT-NL. De nadruk ligt op herbruikbaarheid en samenwerken, zodat kennis niet telkens opnieuw hoeft te worden opgebouwd (zoals onze snelwegen).
Dienstverlening begint bij de burger
Digitale diensten moeten verder nog eenvoudiger en herkenbaarder worden. Burgers en ondernemers moeten sneller de juiste ingang vinden en eerder geholpen worden. Overheden werken daarom aan samenhang tussen portalen en aan diensten die vooruitdenken. Ook ervaringen van burgers krijgen een grotere rol bij het verbeteren van processen.
Naast technologie kijkt de overheid nadrukkelijk naar kennis en vaardigheden. Ambtenaren krijgen meer ondersteuning bij digitale ontwikkelingen. Opleiding, omscholing en het delen van expertise worden beter op elkaar afgestemd. Ook werkt de overheid aan een moderne digitale werkomgeving die aansluit bij het dagelijkse werk.
Ook digitaal moet de overheid weerbaar blijven
Digitale veiligheid blijft een vast aandachtspunt. Overheden bereiden zich beter voor op verstoringen en cyberdreigingen. Daarbij hoort ook aandacht voor nieuwe risico’s, zoals quantumtechnologie. Door gezamenlijk op te trekken wil men sneller herstellen en minder kwetsbaar zijn.
Wat jij hiervan merkt
Voor professionals die regelmatig met data werken, betekent dit dat samenwerken belangrijker wordt dan het ontwikkelen van eigen oplossingen. Afspraken gaan zwaarder wegen, hergebruik loont en het delen van kennis wordt de norm.
De strategie is kristalhelder. De overheid wil samen en meer consistent vooruit en met meer aandacht voor data en AI als vast onderdeel van het dagelijks werk.

