De manosfeer. Misschien heb je de term de afgelopen tijd vaker voorbij zien komen. Dat is niet toevallig. Wat begon als een online subcultuur rond mannelijkheid, sijpelt steeds vaker de echte wereld binnen. Recente onderzoeken laten zien hoe zichtbaar die invloed inmiddels is geworden. Maar ze laten ook iets anders zien dat minder vaak wordt uitgesproken: een groeiende groep jonge mannen communiceert en wordt gevormd via kanalen die buiten het zicht van traditioneel onderzoek vallen.
▼
Wat de cijfers zeggen
Ruim 800 jongens worden jaarlijks bij De Waag behandeld voor grensoverschrijdend gedrag. De grootste instelling voor ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg van Nederland schat dat ongeveer driekwart van hen in aanraking is gekomen met de manosfeer. Daarbij gaat het nadrukkelijk om waarnemingen van behandelaars, niet om directe metingen van online gedrag.
Vanuit het onderwijs klinkt een vergelijkbaar geluid. Onderzoek van Ipsos I&O laat zien dat docenten op middelbare scholen de invloed van vrouwonvriendelijke online content op jongens steeds vaker als zorgwekkend ervaren.
Platformen als Telegram, Reddit en Discord worden in beide discussies regelmatig genoemd als plekken waar manosphere-content circuleert. Dat zijn tegelijk platformen die minder snel terugkomen in traditionele panels, surveys en focusgroepen. Wie niet meedoet aan onderzoek, wordt niet gezien. En wie niet wordt gezien, telt uiteindelijk ook niet mee in de data waarop merken, beleidsmakers en organisaties hun beslissingen baseren.
Wel is een belangrijke nuance nodig. Zowel de cijfers van De Waag als het Ipsos-onderzoek zijn gebaseerd op signalen en observaties van professionals. Zorgverleners en docenten beschrijven wat zij in de praktijk zien, maar het zijn geen directe metingen van de omvang van de manosfeer of het gedrag van jongeren. Dat maakt het beeld tegelijk alarmerend, en onvolledig. De cijfers laten zien dat er iets speelt, alleen niet hoe groot het probleem precies is.
Buiten het bereik van onderzoek
Dat raakt aan een representatieprobleem waar marktonderzoek al langer mee worstelt. Eerder schreef Daily Data Bytes over de oproep van Joey Zeelen om juist de buitenbeentjes binnen te halen in onderzoek. Zijn punt was dat panels en surveys vooral de wereld meten van mensen die bereid zijn mee te doen. De rafelranden, de afwijkende subculturen en groepen die via andere online omgevingen communiceren, blijven sneller buiten beeld.
De manosfeer-discussie maakt zichtbaar wat dat in de praktijk kan betekenen. Er is een groeiende groep jongeren die via niet-conventionele communicatieplatforms wordt beïnvloed, buiten het zicht van de instrumenten die worden ingezet om de samenleving te begrijpen.
Dat is geen oproep om de manosfeer zelf centraal te zetten in onderzoek. Het is vooral een vraag over representatie. Als een significante groep jonge mannen via andere kanalen communiceert, andere referentiekaders ontwikkelt en andere waarden aanhangt dan de groepen die nu worden bereikt via panels en surveys, wat zeggen de huidige data dan nog over de samenleving die we proberen te begrijpen? En welke beslissingen worden genomen op basis van een beeld waarin die groep consequent ontbreekt?
Bronnen: NOS / De Waag (mei 2026), Ipsos I&O onderzoek middelbare scholen (mei 2026)

