Kinderen van migranten uit Turkije, Marokko, Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen halen een groot deel van de achterstand van hun ouders in op het gebied van taal en rekenen. Volgens nieuw onderzoek van hoogleraar Dinand Webbink van Erasmus School of Economics en wetenschappers Tijana Prokic-Breuer en Stan Vermeulen van Maastricht University krimpen de verschillen met Nederlanders zonder migratieachtergrond binnen één generatie met 60 tot 70 procent. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of Population Economics.
▼
Ouders en kinderen op dezelfde leeftijd getoetst
Opvallend is vooral de onderzoeksopzet. De studie maakt gebruik van de Intergenerational Transmission of Skills-database, waarin enquêtegegevens van bijna 94.000 scholieren uit 1977, 1982, 1989 en 1993 zijn gekoppeld aan registerdata van het CBS over de schoolprestaties van hun kinderen. In totaal bevat de dataset gegevens van ruim 27.000 ouders en bijna 44.000 kinderen. Beide generaties maakten rond hun dertiende vergelijkbare toetsen in dezelfde vakken. Daardoor konden de onderzoekers de ontwikkeling tussen generaties nauwkeuriger volgen dan in studies waarin inkomens van ouders en kinderen op verschillende leeftijden worden vergeleken.
Geen rem vanuit de groep
De onderzoekers onderzochten ook of de omgeving van de eigen herkomstgroep, in de wetenschappelijke literatuur bekend als etnisch kapitaal, de inhaalslag afremt. Dat blijkt nauwelijks het geval. Na correctie voor gezinsachtergrond verdwijnt het groepseffect vrijwel volledig. De ontwikkeling van taal- en rekenvaardigheden hangt bij deze kinderen op dezelfde manier samen met de vaardigheden van hun ouders als bij kinderen zonder migratieachtergrond.
De onderzoekers plaatsen wel een belangrijke kanttekening. De onderzochte gezinnen kwamen als arbeidsmigranten of vanuit de voormalige Nederlandse koloniën naar Nederland. De resultaten zijn daarom niet zonder meer toepasbaar op recentere migrantengroepen, zoals asielmigranten en vluchtelingen. Een recente studie naar inkomensmobiliteit liet bovendien zien dat verschillen later alsnog kunnen ontstaan. De studie zegt daarom niets over latere verschillen op de arbeidsmarkt. Volgens de onderzoekers hoeven de huidige verschillen in vaardigheden daarom niet als blijvend te worden gezien. De Erasmus Universiteit spreekt in een toelichting van integratieprocessen die mogelijk effectiever verlopen dan vaak wordt aangenomen.
Een opmerking over de terminologie in dit artikel. Het onderzoek hanteert de indeling in niet-westerse migranten en autochtonen. Het CBS stapte in 2022 over op een indeling naar herkomstland en geboorteland en spreekt sindsdien van migranten, kinderen van migranten en inwoners van Nederlandse herkomst. Voor een accurate weergave van de onderzoeksresultaten volgt dit artikel de terminologie van de onderzoekers.

