Op 12 juni schakelde Anthropic zijn meest geavanceerde modellen, Fable 5 en Mythos 5, uit op last van de Amerikaanse overheid. Een Amerikaans exportbevel verplichtte het bedrijf om toegang voor alle niet-Amerikaanse gebruikers te blokkeren. Volgens Anthropic was dat technisch alleen uitvoerbaar door de modellen uit te schakelen. Voor Europa is het een directe illustratie van waar digitale afhankelijkheid toe kan leiden.
▼
Een beveiligingslek als aanleiding
Volgens Anthropic kreeg het bedrijf op 12 juni om 17:21 uur (ET) een brief van de Amerikaanse overheid. Aanleiding was een methode om de veiligheidsmaatregelen van Fable te omzeilen, waardoor een klein aantal al bekende kwetsbaarheden zichtbaar werd. Anthropic stelt dat dezelfde kwetsbaarheden ook via andere publiek beschikbare modellen gevonden kunnen worden, zonder dat daarvoor een omweg nodig is. Het bedrijf zegt de maatregel te respecteren, maar inhoudelijk niet te delen, en spreekt van een misverstand waarvan het de gevolgen zo snel mogelijk wil herstellen.
Reuters plaatst de zaak in een breder kader. Volgens Reuters Breakingviews uitte Amazon-topman Andy Jassy, investeerder in Anthropic, deze week zijn zorgen tegenover functionarissen van de Trump-regering. Daarnaast wijst de analyse op een belangrijk precedent. Als zelfs een bondgenoot als het Verenigd Koninkrijk de toegang tot Amerikaanse AI-modellen kan verliezen, ondermijnt dat de Amerikaanse ambitie om die modellen wereldwijd als standaard te positioneren.
Europa was al bezig met een antwoord
Toeval of niet: amper twee weken voor het Amerikaanse bevel presenteerde de Europese Commissie op 3 juni een pakket maatregelen rond technologische soevereiniteit. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen maakte daarbij duidelijk dat Europa niet afhankelijk wil zijn van anderen voor technologie die ziekenhuizen, energienetten en andere essentiële diensten draaiend houdt, en dat het tijd is om meer eigen keuzes te maken. Het pakket bevat onder meer voorstellen rond chipproductie, cloudinfrastructuur, open source-software en energievoorziening. Kort samengevat komt het neer op meer Europese datacenters, meer Europese chipproductie en een toetsingskader om te beoordelen hoe afhankelijk cloud- en AI-diensten zijn van buitenlandse aanbieders.
Wat betekent dit voor de onderzoeksector?
De Fable/Mythos-episode raakt ook de onderzoekssector. AI-modellen spelen inmiddels een rol in dagelijkse werkzaamheden, van transcriptie en analyse tot het genereren van synthetische data voor panels. De maatregel trof alleen de meest geavanceerde modellen, maar laat zien dat toegang geen vaststaand gegeven is, zelfs niet voor Europese gebruikers die buiten het oorspronkelijke Amerikaanse besluit vielen. Reuters Breakingviews wijst er bovendien op dat de chipketen achter deze modellen afhankelijk is van bedrijven als TSMC en ASML. Meer exportcontroles kunnen AI-ontwikkeling duurder maken voor alle partijen. Tegelijkertijd kunnen open source-alternatieven, die op eigen infrastructuur draaien en niet op afstand kunnen worden uitgeschakeld, daardoor aantrekkelijker worden.
Voor organisaties die AI inzetten binnen marktonderzoek, data-analyse en inzichtenwerk, is de boodschap niet dat Amerikaanse aanbieders vermeden moeten worden. Reuters benadrukt dat lokale alternatieven vaak 10 tot 30 procent duurder zijn, wat voor veel organisaties een serieuze drempel vormt. Wel maakt deze zaak duidelijk dat vragen over dataverwerking, modelkeuze en afhankelijkheid van één leverancier niet langer alleen een onderwerp voor de IT-afdeling zijn.

